Politici, maak werk van degelijke wetgeving
In een bijdrage, verschenen in De Morgen van 9 januari 2009, pleit Patricia Popelier, voorzitter van het ICW, voor meer aandacht voor degelijke wetgeving.

Hoe staat het met de kwaliteit van onze wetgeving? Het is een vraag met een retorisch gehalte. Er wordt eens over gezucht en vervolgens gaat men over tot de orde van de dag. De vervroegde vrijlating van een aantal zware criminelen in Gent sprak boekdelen. De Antwerpse hoogleraar en vicevoorzitter van de International Association of Legislation Patricia Popelier meet de kwaliteit van onze wetten.

Twee recente gebeurtenissen plaatsten het probleem van de wetgeving op de voorgrond. Allereerst de frustrerende vrijlating van zware criminelen wegens een procedurefout, veroorzaakt door een onduidelijke wet op de bijzondere opsporingsmethoden. Ook het amendement tot wijziging van het gemeentedecreet, zodat een EU-commissaris geen ontslag moet nemen uit de gemeenteraad, wekt verontwaardiging op. Hoe behoorlijk is wetgeving gemaakt op maat van een politicus en zijn carrièreplanning?

De twee recente voorbeelden zijn maar enkele van de vele incidenten. Een ander voorbeeld: een Vlaamse minister werkt zich in het nieuws met een premie voor dakisolatie die overbodig is omdat ze bovenop bestaande premies komt. Of nog: de wet-Verwilghen die een einde wil maken aan bovenmatige prijsstijgingen voor hospitalisatieverzekeringen blijkt onuitvoerbaar.

Dat de minister van Justitie in Ter Zake vaststelt dat er wat schort aan de kwaliteit van wetgeving, stemt hoopvol. De belangrijkste voorwaarde voor een goed wetgevingsbeleid is immers precies dat inzicht, en de politieke wil om er iets aan te doen. Het klinkt alvast beter dan de uitspraak die De Morgen in de krant van 27 september 2006 optekende uit de mond van Verhofstadt, toen nog premier: "Wetten zijn als worsten, je weet beter niet hoe ze gemaakt worden". Nochtans, ook een fabrikant controleert de kwaliteit van het productieproces om een kwaliteitsvol eindproduct af te leveren. Zoniet, maakt hij Bomaworsten, en dat is niet meteen het product waarmee een zichzelf respecterend politicus zijn wetten wil vergelijken.

Slechte wetgeving kost geld

Natuurlijk mogen we niet naïef zijn. Uiteindelijk wordt de wet gemaakt door politici, die onvermijdelijk voorrang geven aan een politieke ratio. Een politiek goede wet, is een wet die gebouwd is op een politiek compromis en zo snel mogelijk door het formele besluitvormingsproces wordt geloodst. De uitspraak van Verhofstadt illustreert dit treffend.

Toch is het ook van politiek belang dat wetgeving duidelijk, rechtszeker, doelmatig en uitvoerbaar is. Slechte wetgeving kost tijd en geld en speelt uiteindelijk vooral in het nadeel van de zwakke burger. Wanneer onbehoorlijke wetgeving de norm wordt, verliest de wet haar prestige en de politiek haar draagkracht. Tijd dus voor politici om werk te maken van een wetgevingsbeleid.

Juridische kwaliteitseisen

Het goede nieuws is dat er al heel wat bestaat. De Vlaamse regering keurde acht kenmerken van goede regelgeving goed. Het Grondwettelijk Hof toetst wetten en decreten aan juridische kwaliteitseisen zoals rechtszekerheid, toegankelijkheid en proportionaliteit. De OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) biedt al jaren modellen aan voor een reguleringsmanagement. In Vlaanderen is dat al grotendeels geïmplementeerd, met als kroonstuk de verplichte impactanalyse bij de belangrijkste ontwerpen van regelgeving. De SERV (Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen) brengt regelmatig rapporten uit met aanbevelingen voor een beter wetgevingsbeleid.

Maar er zijn twee belangrijke problemen.
Het eerste probleem is het gebrek aan belangstelling op federaal niveau. Het beleid bleef beperkt tot administratieve lastenvereenvoudiging, politiek gestuurd door een mediagenieke staatssecretaris. Het lijkt vanzelfsprekend dat wie wetten maakt met een impact op een hele bevolking, weet waarover het gaat. Dat hij de problematiek kan schetsen, alternatieve oplossingen bedenkt en daarvan de mogelijke effecten inschat, de spelers op het veld consulteert en de uitvoerbaarheid nagaat bij uitvoerende instanties en inspectie. Maar niets van dit alles. In werkelijkheid wordt regelgeving gecapteerd door enkele spelers. De sociale partners worden bijna overal bij betrokken, en voor het overige heeft degene die de beste toegang vindt tot het kabinet de grootste kans om de regelgeving te beïnvloeden. Over hoe dit precies verloopt, bestaat geen enkele transparantie. De Raad van State, die een juridische controle uitvoert, wordt gekortwiekt. Zelfs een mager beestje als de wet tot oprichting van een parlementaire commissie voor de wetsevaluatie is dode letter gebleven.

Het tweede probleem betreft het politieke engagement. Op papier beschikt Vlaanderen over een mooi wetgevingsbeleid. In de praktijk wordt veel omzeild, omdat ministers met hun kabinet en buiten de administratie om reeds een beslissing namen. De impactanalyse, die het gehele besluitvormingsproces moet begeleiden om tot het meest efficiënte resultaat te komen, wordt dan achteraf pro forma opgemaakt. De consultatie, nodig om een integrale belangenafweging te doen, blijft beperkt tot de obligate adviesorganen, die te laat aan bod komen en vaak niet worden gevolgd omdat - inderdaad - de beslissing reeds genomen is.

Utopia

Als politici behoorlijke wetten willen, moeten ze er iets aan doen. Behoorlijke wetgeving betekent: een ernstige voorbereiding, consultatie, transparantie en een integrale belangenafweging. Perfecte wetgeving vinden we enkel in Utopia, maar het minste wat we kunnen verwachten is dat wetten redelijk en dus verantwoord zijn. Dát maakt ze democratisch, en niet louter het feit dat ze gestemd zijn in een verkozen parlement.

 
Inhoudsverantwoordelijke(n): eCampus